Michiel
Princen

'Wat een fascinerend verhaal, wat een onthullend boek!' Peter R. de Vries 

**** Elsevier

Toespraak Bernard Welten, 24 maart 2015

Dames en heren, goedemiddag,

Al weer een hele tijd geleden heeft Michiel mij gevraagd het eerste exemplaar van zijn boek ‘De gekooide recherche’ in ontvangst te nemen. Ik wilde dat graag doen want in de 7 jaar dat ik zijn korpschef was, ben ik hem op een aantal momenten tegengekomen als een gepassioneerde, bezielde en af en toe zelfs bezeten rechercheur. Na het lezen van zijn boek in het afgelopen weekend is dat beeld niet bepaald gewijzigd.

In de keren dat ik met Michiel sprak, vertelde hij vol overgave over zijn onderzoeken in de financiële wereld. ‘Bij iedere tegen die je omdraaide schieten de pissebedden alle kanten uit.’ Van de presentaties die hij gaf over de verwevenheid tussen onder- en de bovenwereld herinner ik mij de smakelijke vertellingen. Je politiehart zette hij wagenwijd open. En in tegenstelling tot de aandacht die veelal uitgaat naar de bekende boeven, legde hij zijn focus juist bij degenen die nog geen antecedenten hadden én zich als keurige heerschappen voordeden. Hij voelde bij enkelen al snel dat als ze al geen boter op hun hoofd hadden, er op zijn minst sprake was van vet haar. En als hij dacht beet te hebben, is Michiel er de man niet naar om nog los te laten.

Dit alles heb ik met veel plezier, met name in het eerste deel van het boek, teruggelezen. Michiel duidt ook op het feit dat de criminaliteit in de afgelopen decennia sterk aan het verschuiven is. Mijn eerste baan aan het begin van de jaren ’80 als recherche-chef in Amsterdam-Oost, was aan [bureau] de IJ-Tunnel. De zaken die we draaiden gingen over gestolen girobetaalkaarten, geheelde VHS- en Betamax-videorecorders en veelplegende junken die iedere week tien auto’s openbraken. Het was de tijd van de ‘wegzendofficier van justitie’. Veel langer dan een week werkten we niet aan een zaak. Hoeveel anders is dat bij de hedendaagse financiële recherche? Het is puzzelen, narekenen, doorvlooien, zitten en lezen. Eindeloos, volhardend zoeken in borden spaghetti van kruislingse geldstromen. Het is bewonderenswaardig hoe mooi en toegankelijk leesbaar dit door Michiel is opgeschreven. En het heeft ook wat met hem gedaan. Een citaat: ‘Als er iets is aan het vak van rechercheur dan is het misschien wel hoeveel je over jezelf te weten komt, waar je zelf voor staat en wat je bereid bent te doen. Je hoeft de morele lading die onder dit beroep ligt niet te ontkennen.’

En ja, dat is wel heel herkenbaar.

Maar naast het beschrijven van de schoonheid van het vak is hij in zijn boek niet weggelopen voor het benoemen van die zaken die sterk verbetering behoeven. Op pagina 160 van zijn boek typt hij: ‘de diplomatie liet me even in de steek’. Dat kun je wel zeggen. Want onomwonden legt hij de vinger op kwetsbare plekken in de opsporingsketen. Vanuit zijn oprechte gedrevenheid om de opsporing te verbeteren en met het daarbij steeds nadrukkelijk terugkerend uitspreken van groot respect voor degenen die het wel goed doen, neemt hij geen blad voor de mond en maakt hij van zijn hart geen moordkuil. Zijn vrijmoedige schrijven is een spiegel die de opsporing zich voor moet houden. Ik verheel niet dat het soms echt ongemakkelijk voelde hoe het er in de ogen van Michiel aan toegaat. Oh zeker, er is veel herkenbaar, maar in die kritische passages voel ik ook zijn eigen worsteling. Michiel, wat zal jij het vak missen. Je was er tamelijk aan verslaafd.

Dank je wel dat ik de eer mocht hebben jouw eerste exemplaar in ontvangst te nemen. Wens jou alle goeds en vooral een goede verkoop van ‘De gekooide recherche’.

Bernard Welten

Download hier de PDF