Michiel
Princen

'Wat een fascinerend verhaal, wat een onthullend boek!' Peter R. de Vries 

**** Elsevier

Quote, 26 maart 2015

OUD FINANCIEEL RECHERCHEUR MICHIEL PRINCEN: 'ALS JE QUOTE OMKEERT, VALT HET FOUTE GELD ERUIT.'
Michiel Princen is de Colombo van de financiële recherche. De oud-journalist werkte 10 jaar voor de recherche en stopte er vorig jaar mee. Hij schreef een kritisch boek over zijn politietijd. ’Het was te gezellig bij de politie.’

Bij de politie lezen ze wel proces verbalen, maar niet de krant. Dat stoort u.

’Bij de politie bestaat te veel het beeld dat je de krant niet hoeft lezen. Daar heerst de gedachte: alles wat we weten staat immers in recherche-systemen. Daar was ik het niet mee eens. Juist de mensen die geen antecedenten hebben, komen soms in bladen voor op een wijze dat je er een beetje op kan anticiperen dat die uiteindelijk met justitie in aanraking gaan komen. Die types waren soms allang bij Quote en Nieuwe Revu in beeld.’

Namen?

Lachje: ’Als je Quote op z’n kop houdt, valt het foute geld eruit. Sommige van de heren hebben zich iets te facilitair opgesteld, denk ik. De recherche moet daar gestructureerd onderzoek naar doen. Een enkeling vindt het lezen van dergelijke bladen in professioneel opzicht interessant. Ik weet niet of de capaciteit genoeg wordt benut. De criminaliteit is georganiseerd, nu de politie nog, zeg ik wel eens.’

U wilde wel, beschrijft u in uw boek. U zat vaak met een koptelefoon met muziek op uw iPod te tikken, terwijl collega’s gein zaten te trappen.

’Ja, de gezelligheid was doorgeslagen, vaak voelde het niet meer okay. Als je de radio hebt aanstaan en collega’s zitten de hele dag zit te kletsen is het niet makkelijk om een solide proces verbaal te tikken. Als je tientallen getuigenverslagen heel geconcentreerd moet uitwerken is er enige toewijding nodig. Dat miste ik wel eens. Er was duikgedrag om niet te schrijven. Hoeveel mensen daarmee niet zaten te worstelen! Ik heb het vaak ter sprake gebracht, maar schrijfvaardigheid werd niet collectief getraind en bevorderd. Terwijl schrijven de kern van ons werk is. En dan kwam ik: een gast die optreedt tegen de gezelligheid. Tja, hoe kun nou je tegen gezelligheid zijn? Als er iets ongezelligs is, is wel het ontleden van andermans gezelligheid. Mijn leidinggevende zag het probleem er niet van. Dat is de politiecultuur. Dat je niet meer nuchter naar jezelf kijkt en jezelf afvraagt waartoe zijn wij op aarde. Dat is de vraag die je jezelf moet blijven stellen, hoe lang je dit werk ook doet. We moeten complexe misdrijven oplossen binnen de georganiseerde criminaliteit. Je moet ook jezelf aan je eigen onderzoeksdiscipline durven blootstellen.’

Terwijl u als een bezetene achter de witteboordenboeven aanjoeg.

’Onderzoekend naar jezelf kijken is geen kenmerk van de ambtenarencultuur. Tja, dat krijgt als je baangarantie biedt. Je kijkt naar buiten, maar naar binnenkijken is moeilijk. Er is ook geen sterk leiderschap dat grenzen aangeeft. De chefs kwamen te veel uit eigen gelederen. Die waren vanaf de politieschool aan het werk gezet. Die cultuur zit effectiviteit dwars. Die gelatenheid heb ik bij veel rechercheurs gezien. Die zijn mentaal afgehaakt of cynisch geworden…Ik had geen zin om nog langer intern te mopperen. Ik moest weg, ik moest een boek schrijven.’

De politie-omerta is doorbroken.

’Ja wat een bevrijding en van heel veel politie- en justitiecollega’s krijg ik e-mails en steunbetuigingen, ik hoop op een golfje van Verlichting. Het is goed om op tenen te gaan staan. Ik ben niet boos, ook niet teleurgesteld, meer ontgoocheld. Ik heb ook een mooie tijd gehad. Als je alleen maar boos bent, dat werkt niet. Ik heb mijn ontgoocheling omgezet in het schrijven van dit boek. Je moet goed begrijpen dat het niet om mij gaat maar om wat ik probeer te benoemen. Maak mij in godsnaam niet te belangrijk! Ik verdien er vooralsnog geen klap aan. Tijdens het schrijven heb ik me altijd afgevraagd: word ik geen Kop van Jut?’

U heeft vooral Jan-Dirk Paarlberg enorm te grazen genomen.

’Uiteraard wel samen met een team. Het recht heeft zijn loop gekregen.’

In uw boek maakt u aannemelijk dat er op 26 mei 2005, een week na de moord op Willem Endstra, in het Parijse hotel Costes krijgsberaad wordt gehouden tussen Holleeder en Paarlberg. In uw boek oppert u de gedachte dat Paarlberg en Holleeder wilden voorkomen dat er van hen een ’bankjesfoto’s’ gemaakt kon worden.

’Ja, dat is de hypothese. Paarlberg was twee dagen eerder, maandag 24 mei 2004, de dag waarop Endstra op Zorgvlied werd begraven, voor het eerst door ons gehoord. En in dat getuigenverhoor hadden we hem gevraagd naar zijn financiële transacties met Endstra (lees: de afpersingsbetalingen). Met onze vragen aan Paarlberg gaven we in dat verhoor prijs in welke richting we onderzoek deden: in de richting van Holleeder en die van de ondervraagde zelf. Dat de recherche de beide mannen voor het eerst aan elkaar koppelde, zal toch ook voor Paarlberg een momentje van inzicht zijn geweest. Misschien was er dus wel een reden geweest om snel even bij te praten met het kamp-Holleeder, buiten ieders zicht in het buitenland, zonder ‘afgevangen’ communicatie vooraf. Zouden ze elkaar hebben gezien? En wat zouden ze hebben besproken? Denk aan die foto met Endstra op dat bankje. Als zoiets ooit van ons opduikt, is het funest voor ons allebei!’

U toont aan dat de creditkaart waarmee Paarlberg in Hotel Costes afrekent een paar uur later in een Nederlands restaurant weer werd gebruikt. Het leek dus een spoedbezoek aan Parijs.

’Daar had het alle schijn van, en daarom leek het me relevant om op te nemen in het PV.’

Op de naam van Paarlberg werd in maart 2003 een appartement in Parijs gekocht. Jullie hebben een stuk boven water gekregen waarin de mogelijkheid werd onderzocht om aan een 'mevrouw Dijkhuis' een lening te verstrekken voor de aankoop van een appartement in Parijs. Maike Dijkhuis was toen vriendin van Holleeder.

’Het is geen bewijs, maar wel suspect. Was zij de Dijkhuis die in dit advies werd bedoeld? De aankoop van het appartement en het advies speelden in dezelfde periode. Op het moment had Endstra al ruim 7,9 miljoen aan afpersingsbetalingen aan Paarlberg overgemaakt. De rechtbank heeft Paarlberg veroordeeld voor het witwassen van crimineel geld.Bij hem kan nu voor ruim €25 miljoen worden geplukt. Dat bedrag bestaat onder andere uit de €17 miljoen aan afpersingsbetalingen en nog eens dik 8,5 miljoen gulden uit een andere deal.’

Over die tweede tranche zegt Paarlberg dat het om een kunsttransactie ging. Maar dat haalden jullie onderuit door Paarlberg te betrappen op een leugentje.

’Ja, hij verklaarde dat het geld was verkregen door de verkoop van schilderijen aan een Belgische kunsthandelaar die 'toevallig' al bleek te zijn overleden. Van die hele transactie was geen enkel bewijs, niet op papier en in getuigenverklaring. Ook was er niets terug te vinden dat hij de schilderijen in bezit had gehad. In zijn opsomming van de verkochte kunstwerken stond dat hij ook een bronzen beeld van Botero, kenmerkend aan vrouwen met voluptueuze vormen, had verkocht. Hij had het beeld zelf in een Jeep getild en was er naar eigen zeggen mee naar België gereden. Daarmee versprak hij zich in mijn ogen. Het beeld zou anderhalve meter hoog zijn geweest. Ik ben gaan bellen met onder andere Christie's en Sotheby's en waaruit bleek dat het gewicht van zo'n beeld oplopend tot 300 kilo werd geschat. Veel te zwaar om alleen te tillen. De rechtbank ging ook niet mee in zijn lezing. Daarmee werd ook zijn verhaal over de herkomst van de 8,5 miljoen gulden ongeloofwaardiger.'

Zo dom kun je toch niet zijn?

’Ik denk dat hij te laconiek is geweest en toen ad hoc zijn verhaal is gaan aanvullen met details. Tegenover het blad Miljonair verklaarde Paarlberg enkele maanden na de veroordeling ineens dat hij een steekkarretje had gebruikt. Alsof dat het tillen van dat beeld kan verklaren! Bovendien waarom had die dat niet meteen in de rechtszaal gezegd? Dat verhaal over die kunstdeal kwalificeerde de rechtbank als ’ongeloofwaardig, niet verifieerbaar en verifieerbaar onjuist.’'

Waarom werkte Paarlberg mee aan het witwassen van die afpersingsgelden? Hij werd niet gedwongen, althans dat is niet bewezen.

’Klopt, de rechtbank en het Hof hebben aanwijzingen noch bewijs gezien voor dwang.’

Maar waar is het afpersingsgeld dan gebleven?

’We hebben vastgesteld dat het afpersingsgeld door Paarlberg op zijn Zwitserse coderekening is ontvangen en dat het daarna - soms al al op dezelfde dag of soms luttele dagen later - is doorgeboekt naar zijn vastgoedconcern Merwede. Toen we op dat Parijse appartement stuitten, hebben we gedacht: zou dit de achterkant van die deal zijn? Maar we konden het niet verder onderzoeken omdat het leningsadvies was geschreven door een advocaat en we niet verder kwamen door zijn verschoningsrecht. Als je aan de voorkant zoveel constructies optuigt om intenties te verbergen, zou je verwachten dat die finesse in de hele keten wordt doorgevoerd.’

Klik hier voor het artkel